Bongers, Posthumus & Verboord is een professionele adviesorganisatie op het gebied van accountancy, belastingadvies en administratieve dienstverlening, met vestigingen in ...meer >>
Bereid u tijdig voor!
Vanaf 1 januari 2010 gelden nieuwe btw-regels. Hoofdregel is dat een dienst belast is in het land
van de afnemer. Gevolg hiervan is dat u in de meeste gevallen geen Nederlandse btw meer in
rekening hoeft te brengen als u een dienst verricht aan een buitenlandse ondernemer. Wel krijgt
u een administratieve listingverplichting voor diensten die u verricht aan ondernemers gevestigd
binnen de EU. Als ontvanger van een dienst wordt u minder snel geconfronteerd met
buitenlandse btw en mocht dat toch aan de orde zijn, dan zijn de gevolgen minder vervelend. De
wachttijd voor een teruggaaf is namelijk verkort en de buitenlandse Belastingdienst betaalt u
rente bij te late betaling.
Regels plaats van dienst
Vanaf 2010 geldt een onderscheid tussen:
diensten aan ondernemers (Business to Business (B2B)-diensten);
diensten aan niet-ondernemers (Business to Consumer (B2C)-diensten).
Nieuwe regels B2B
Nieuwe hoofdregel bij diensten aan ondernemers is dat de dienst belast wordt in het land waar de
dienst verbruikt wordt, dus daar waar de afnemer is gevestigd. In de ‘oude regels’ was dat juist de
plaats waar de dienstverrichter was gevestigd. Het maakt hierbij niet uit of de afnemer belaste of
vrijgestelde prestaties verricht. Zolang de buitenlandse afnemer van de dienst zijn btwidentificatienummer
kan overhandigen, kunt u er in principe vanuit gaan dat de btw verschuldigd is in
het land van de afnemer. In dat geval kan de btw verlegd worden. Op de factuur moet u dan het btwidentificatienummer
van de afnemer vermelden en de term ‘btw verlegd’/ ‘VAT reverse charge’. Het
voordeel van btw verleggen is een cashflow-voordeel.
Let op:
Ondernemers die vrijgestelde activiteiten voor de btw verrichten, zijn ook in het bezit van een btwidentificatienummer.
Uitzonderingen op de nieuwe hoofdregel zijn onder andere:
Werkzaamheden met betrekking tot onroerend goed
Personenvervoersdiensten
Culturele en soortgelijke diensten
Restaurant- en cateringdiensten
Verhuur van vervoermiddelen
Let op:
Als u vrijgestelde prestaties verricht, heeft u geen recht op aftrek van aan u in rekening gebrachte btw.
U bent wel ondernemer voor de btw en in het bezit van een btw-identificatienummer. In de meeste
gevallen zult u geen btw-aangifte uitgereikt krijgen. De nieuwe hoofdregel voor de plaats van dienst
geldt ook voor u als vrijgestelde ondernemer. De heffing van btw wordt dus ook naar vrijgestelde
ondernemers verlegd. U zult daarom de verlegde btw moeten aangeven in uw btw-aangifte. U kunt
hiervoor de Belastingdienst verzoeken een btw-aangifte aan u uit te reiken.
Page 2 of 3
Nieuwe regels B2C
Levert u diensten aan niet-ondernemers (particulieren)? Dan verandert er niks in 2010. De dienst wordt
belast op de plaats waar de dienstverlener is gevestigd. De achterliggende gedachte is dat bij
grensoverschrijdend dienstenverkeer aan niet-ondernemers het lastig is om de heffing van btw te
verleggen. Immers, deze afnemers zullen niet in het bezit zijn van een btw-identificatienummer.
Aangifte/listing
Bij de eerste btw-aangifte 2010 wordt u geconfronteerd met het nieuwe aangifteformulier. In verband
met de wijziging van de regels met betrekking tot de plaats van dienst wijzigt een aantal rubrieken:
Verkoopfacturen
Belaste intracommunautaire dienst verricht aan ondernemers
Vanaf 1 januari 2010 zal een intracommunautaire dienst die onder de nieuwe hoofdregel
plaatsvindt in het land van de afnemer, verwerkt moeten worden in de btw-aangifte. De verleende
intracommunautaire diensten worden opgenomen in rubriek 3b van de btw-aangifte.
Vrijgestelde intracommunautaire dienst verricht aan ondernemers
Wanneer een dienst wordt verricht die volgens de nieuwe hoofdregel plaatsvindt in het land van
de afnemer, maar die dienst daar is vrijgesteld, zal deze intracommunautaire dienst niet moeten
worden opgenomen in de btw-aangifte.
Belaste dienst verricht aan afnemer buiten de EU
Deze dienst zal onder de hoofdregel plaatsvinden in het land van de afnemer, maar vormt voor
de btw geen intracommunautaire dienst en dient derhalve niet opgenomen te worden in de btwaangifte.
Inkoopfacturen
Inkoop van diensten van ondernemers buiten de EU
Diensten die u ontvangt van een buiten de EU gevestigde ondernemer, moet u met ingang van 1
januari 2010 opnemen in rubriek 4a van de btw-aangifte.
Inkoop van diensten van ondernemers binnen de EU
De door u ontvangen intracommunautaire diensten van ondernemers gevestigd in een andere
lidstaat, moeten worden opgenomen in rubriek 4b van de btw-aangifte.
Let op:
Grensoverschrijdende diensten die u verricht binnen de EU, moet u opnemen in de ‘Opgaaf
Intracommunautaire Prestaties’. Prestaties die zijn vrijgesteld van btw in het land van de afnemer
hoeven niet opgenomen te worden. De Opgaaf intracommunautaire prestaties moet u normaal
gesproken elke maand indienen. Als u voor minder dan € 100.000 intracommunautaire prestaties
verricht, mag dit eens per kalenderkwartaal.
Let op:
Het is voor de ondernemer van belang dat het totaalbedrag aangegeven op de Opgaaf
intracommunautaire prestaties overeenkomt met het bedrag dat de ondernemer aangeeft in rubriek 3b
van de btw-aangifte.
Tijdstip verschuldigdheid
Vanaf 1 januari 2010 is de btw met betrekking tot intracommunautaire diensten verschuldigd op het
tijdstip dat de dienst wordt verricht. In de ‘oude regels’ was dit het moment van uitreiking van de factuur.
Page 3 of 3
Teruggaafprocedure buitenlandse btw
Wilt u een verzoek om teruggaaf van buitenlandse btw doen? Vanaf 1 januari 2010 moet dat met een
elektronische aangifte bij de Nederlandse Belastingdienst. Het meesturen van de originele facturen is
dan niet meer nodig. Ook de ‘verklaring van hoedanigheid’ komt te vervallen. Lidstaten mogen wel
verlangen dat een elektronische kopie van de facturen wordt meegestuurd wanneer het factuurbedrag
exclusief btw meer dan € 1.000 bedraagt. Voor brandstof geldt een minimumbedrag van € 250.
Let op:
Buitenlandse btw die in 2009 in rekening is gebracht en op 1 januari 2010 nog niet is teruggevraagd,
moet in principe volgens de nieuwe teruggaafprocedure worden teruggevraagd.
Codering kostensoorten
De kostensoorten moeten gecodeerd worden met de volgende codes:
1 brandstof
2 verhuur van vervoermiddelen
3 uitgaven in verband met vervoermiddelen (andere dan de codes 1 en 2)
4 wegentol
5 reiskosten, zoals taxikosten, kosten openbaar vervoer
6 logies
7 spijzen, dranken en restauratie
8 toegang tot beurzen en tentoonstellingen
9 uitgaven voor ontspanning en representatie
10 overige
Let op:
Maakt u gebruik van een geautomatiseerde administratie waarbij de btw-aangifte geautomatiseerd
wordt opgemaakt, dan moet u wijzigingen aanbrengen in de btw-coderingen van de betreffende
prestaties.
Vanaf 1 januari 2010 is de deadline voor teruggaafverzoeken 30 september van het jaar volgend op het
jaar waarop de teruggaaf betrekking heeft. Doet u een teruggaafverzoek voor een periode van drie
maanden tot een jaar, dan is het minimumbedrag € 400. Voor een kalenderjaar is het drempelbedrag
€ 50.
Voor de beoordeling van de verzoeken krijgen de belastingdiensten uiterlijk vier maanden de tijd, tenzij
deze nog aanvullende informatie willen verkrijgen van de ondernemer. Dan kan die termijn verlengd
worden tot maximaal acht maanden. De uitbetaling van het verzoek moet binnen tien dagen na het
verstrijken van de deadline van vier maanden geschieden.
Tot slot
De regels zijn weliswaar vereenvoudigd, maar brengen wel nieuwe verplichtingen mee voor u als
ondernemer. Daarnaast zullen de nieuwe regels vragen bij u oproepen. Bijvoorbeeld: valt uw dienst wel
of niet onder een uitzondering? Bereid u daarom tijdig voor en neem contact op met uw SRA-Adviseur
voor meer informatie.
Uitgever: SRA
© 2009, SRA